Geboren met het recycle-gen


Neiging tot voyeurisme

Hoe heerlijk is het toch om met een dampend kopje thee geïnstalleerd in een hoekje van de bank weg te duiken in een woonblad. Maakt niet uit welk blad. Ik mag straffeloos in andermans huizen verdwalen en mijn neiging tot voyeurisme botvieren. En me verwonderen. Of me verlekkeren aan al die mooie spullen. Aan die jaloersmakende designmeubelen en hebbedingen. Stuk voor stuk ontworpen door getalenteerde, creatieve ontwerpers. Een ‘op de kop getikte vondst’ doet de steek nog heftiger voelen. Hang ik weer een avond op marktplaats rond. Tuurlijk weet ik dat de hand van de stylist, de overeenkomst met een designmerk en een goede fotograaf het beeld bepalen. Die gedachte biedt troost. Het gluurgenoegen is er niet minder om.

Al bladerend house-hoppen

Als ik in het buitenland ben, neem ik minstens één woonblad mee als souvenir. Altijd lastig kiezen. Ik verschans me in een hoekje van de kiosk. Al house-hoppend blader ik op mijn gemak het aanbod aan woontijdschriften door. Geen betere manier om een land en z’n cultuur van binnen te leren kennen. Van de meer gefortuneerde laag van de bevolking dan. Het meest indruk heeft ooit een Russisch blad op me gemaakt. Hoe kregen ze het voor elkaar. Van iedere pagina spatte een kakafonie aan felle kleuren, woeste vormen en harde materialen. Wellicht bedoeld als alternatief voor wodka om de lange, barre Russische winters wat op te vrolijken. Wat mij betreft een iets te dolle boel.

Mijn recycle-gen

Van het plezier aan interieur- en ruimtebeleving heb ik na enige omzwervingen mijn beroep gemaakt. En de verleiding om te ‘hebben’ heeft plaats gemaakt voor ‘ruimte maken’. Niet dat wegdoen zonder slag of stoot gaat. Integendeel. Ik ben geboren met het recycle-gen. Van jongs af aan sleepte ik allerlei materialen het huis binnen waar ik rommelend en prutsend een nieuw of tweede leven aan gaf. Ik timmerde van latjes en spijkertjes een weefraampje. Daar weefde ik in repen geknipte restjes stof, op kleur gesorteerd, doorheen. De constructie van het weefraam leed zienderogen onder de spanning van de draden. Het resultaat: weeflapjes in zandlopermodel. Missie mislukt. Totdat ik ze weer onder een stapel vandaan viste en er met het nodige knip-haak- en breiwerk een vestje van maakte. Stond geweldig op een spijkerbroek en nog jaren met trots gedragen.


Kast met een verhaal

Later taxeerde ik mijn nieuw te kopen huis op verbouwpotentie. Met beperkte middelen, dat wel. Ik had inmiddels mijn baan vaarwel gezegd en was in opleiding tot interieurontwerper. Na een half jaar verrees een grote uitbouw op het dak. Twee jaar later een glazen aanbouw, in een moeite doorlopend in de -dan ook maar meteen nieuw ontworpen- achtertuin. Van de vrijgekomen schuttingdelen werd het schuurtje verlengd en verhoogd. In de aanbouw verrees een zelf ontworpen buffetkast. Samengesteld uit de afgezaagde afgedankte terrasdeuren, op de kop getikte glas-in-lood ramen, met ingebouwd kattenluik. Zo makkelijk als het te bedenken was, zo arbeidsintensief bleek de uitvoering. Zowel de muur als de materialen waren scheef en scheluw. Meubelmaker Hein Ter Velde van Kopshout heeft al zijn vakbekwaamheid en geduld in de strijd geworpen. Het resultaat kan in pracht en prijs de concurrentie met een designwandmeubel wel aan. Maar het verhaal achter deze kast is spannend en uniek. Zou niet misstaan in een woonblad.